‘Inclusieve opvang is geen raketwetenschap’
TEKST: RENÉ LAMERS
Niet alleen onderwijs hoort passend te zijn, ook kinderopvang. Er zijn echter weinig inclusieve opvanglocaties. Het kan wél! Zo zien we op de opvang van Road2School in Den Haag. ‘Het gaat erom dat je elk kind zíét, daarvoor hoef je niet gestudeerd te hebben.’
Kinderen komen van ver
‘…12 kinderen op Van Swindenstraat, 24 medewerkers op twee locaties…’ PLOF! Een licht balletje stuitert op de aantekeningen. ‘Ho! Houd de bal maar laag.’ Locatiemanager Charlene Weber heeft het rustig vandaag. Drie kindjes dwarrelen rond op de bso. ‘Er zijn heel wat zieken. Straks komt nog een jongetje. Hij heeft autisme.’
De kinderen op deze locatie komen soms van ver. ‘Ouders kiezen speciaal voor ons omdat hun kind elders niet welkom is,’ legt Charlene uit. ‘Bij ons wel. Ouders moeten dan ook soms een stuk reizen; Rijnsburg, Leidschenveen… Ze hebben het ervoor over. Dertig procent van de kinderen hier heeft autisme, adhd, een taalontwikkelingsstoornis (TOS), is hoogbegaafd of iets anders. Een aantal komt van de Bonte Vlinder, een school voor speciaal basisonderwijs.’
Elk kind zien
Waarom is Road2School uniek in Den Haag? Charlene vraagt het zich ook af. ‘Het is geen raketwetenschap. Je kunt allerlei studies gedaan hebben, het gaat erom dat je elk kind zíét. Het ene kind met autisme heeft aan iets anders behoefte dan het andere.’ Pedagogisch medewerker Jirvan komt erbij zitten. ‘Ik verdiep me nu wel in autisme en hoogbegaafdheid, maar je moet bereid zijn te zien dat elk kind anders is en talenten heeft.’ Door corona kon Jirvan zijn werk als personal trainer niet doen en kwam hij hier terecht. ‘Ik houd van afwisseling. Die vind ik ook bij de kinderen.’ Jirvan geeft elke woensdag sportles, vertelt hij.
Op deze opvang komt ook een hoogbegaafd jongetje. Hij kan gefrustreerd raken als dingen niet gaan zoals hij in zijn hoofd heeft. Hij denkt met alleen basisonderwijs bijvoorbeeld makkelijk astronaut te kunnen worden. Charlene weet hoe ze hem kan bereiken als hij gefrustreerd raakt. Bijvoorbeeld door het met hem over zijn droom als astronaut te hebben, of over een meisje in de groep dat hij leuk vindt.
Structuur en overzicht
Er is structuur: een dagschema. Er is overzicht: een kast met voor elk kind een opbergdoos. Weinig prikkels: alles is opgeruimd. Charlene: ‘Dat is goed voor elk kind, niet alleen als ze autisme hebben of hoogbegaafd zijn.’ Met het verdienen van smileys werken kinderen aan succeservaringen. Dat is belangrijk, want deze kinderen kunnen zich snel ‘minder’ voelen dan andere kinderen. In een knutselruimte kunnen ze zich terugtrekken als dat nodig is.
Vanuit het speciaal basisonderwijs hoort Road2School dat de kinderen die hier vandaan komen vaak al meer kunnen dan ze op andere plekken gewend zijn. Medewerkers delen met ouders ook vaker dan bij andere opvangen hoe het met hun kind gaat: elke drie maanden in plaats van elke zes maanden.
Kleinere groepen, lager tarief
Sylvana Uittenbogaard begon Road2School negen jaar geleden aan de Van Swindenstraat in Den Haag. Zes jaar later opende ze een tweede locatie aan de Kootwijkstraat. ‘Ik kom uit de jeugdhulpverlening en toen ik zelf een kind kreeg, ging ik op zoek naar een geschikte opvang. Ik meende dat het anders kon.’ Haar uitgangspunt: kleine locaties, kleine groepen, meer pedagogisch medewerkers. Ja, dat zal zeker wat kosten? ‘Nee hoor, we hebben zelfs een lager tarief, zodat alle ouders hier terechtkunnen. Wij hebben een platte organisatie, weinig managementlagen, wat veel geld scheelt. Het gaat mij niet om de winst. We krijgen alleen subsidie voor voor- en vroegschoolse educatie.’
Dus ook kosten kunnen geen reden zijn dat er weinig inclusieve opvang is. Sylvana: ‘Het kan overal. Je moet het leuk vinden met verschillende kinderen te werken. Ik denk ook dat onbekendheid meespeelt, dan heb je er geen beeld bij. Kom eens kijken, zeg ik dan.’
Leren van elkaar
En ouders? ‘Als ze huiverig zijn dat hun kind in een groep komt met kinderen met autisme of adhd, dan zeg ik dat verschillende kinderen van elkaar leren,’ zegt Charlene. ‘Bovendien: de maatschappij zit toch óók vol verschillende mensen?’ Sylvana: ‘Het valt me wel op dat moeders eerder huiverig zijn, vaders vinden het juist goed dat hun kind in zo’n groep komt.’
Patty: ‘Geen passende opvang’
Patty Zoet en haar vriend hebben een pleegdochter die door trauma gedrag laat zien vanuit onveiligheid en hechtingsangst. ‘Voor opvang gingen we een aantal locaties af. Op de huidige opvang handelen ze zoals ze bij elk kind doen. Voor onze pleegdochter moet je echter geduld hebben en achter haar gedrag kunnen kijken. Ze hebben bijvoorbeeld als beleid dat een kind zoveel mag eten als het wil, maar onze pleegdochter kent geen grens, ze eet zomaar drie bananen op. En simpel iets verbieden werkt niet, je moet het haar uitleggen. Nu komt de frustratie thuis eruit. We laten haar toch maar gaan, want we hebben geen alternatief. We moeten toch ook naar ons werk.’
‘Mijn kind is rustiger en blijer’
Harper (2) gaat naar de opvang van Road2School. Ze vertoonde ‘lastig’ gedrag. ‘Net als ik vroeger,’ geeft vader Wouter Helmig toe met een lachje. ‘Ze vraagt veel aandacht, ze is veeleisend. Ze kan hangerig zijn en snel huilen en schreeuwen als iets niet gaat zoals ze had bedacht.’
Dat gedrag had op een klassieke opvang een probleem kunnenworden. ‘Die had dan erg moeten aanpassen aan haar. Of ze hadden Harper geweigerd en dan hadden wij iets anders moeten zoeken, maar wat?’ Harper voelt zich bij Road2School thuis. Wouter: ‘Elk kind krijgt hier één-op-ééncontact. Ze is nu blijer en rustiger. Ik vond omgang met Harper eerst moeilijk omdat ze anders is dan haar broer Caleb die veel rustiger is. Dankzij tips die ik kreeg van de opvang vond ik echter mijn weg om met Harper om te gaan.’
Caleb (7) gaat naar dezelfde opvang. Door een probleem met de trommelvliezen hoort hij minder en liep hij een spraak- en taalachterstand op. ‘Ze gaan er goed mee om. Ze hebben me geleerd anders te luisteren naar hem, met meer geduld.’ Zo kan Wouter minder vanuit irritatie en meer vanuit begrip reageren, wat Caleb ook voelt. ‘Caleb is nu gewoon overgegaan.’ Contact met de andere kinderen gaat ook goed. Wouter: ‘Ieder kind heeft wel een rugzakje, ieder kind heeft recht op opvang, vind ik, ongeacht hoe het is.’
‘Toenemend labeldenken en intolerantie’
De vraag naar inclusieve kinderopvang groeit, merkt Marjet Winsemius (directeur Stichting Voor Werkende Ouders). Volgens haar komt dat doordat steeds meer in labels wordt gedacht en door toenemend individualisme en polarisatie. ‘Ouders ervaren weinig steun. Medewerkers in de opvang ervaren op hun beurt werkdruk en willen dan geen ‘moeilijke’ kinderen in de groep.’Marjet kaart de noodzaak van inclusieve opvang vaak aan bij het ministerie, maar dat geeft dit geen prioriteit. Er is een stelselwijziging nodig, meent Marjet: ‘Laat schoolgebouwen langer open en bied er opvang aan. Dat scheelt menskracht, leerkrachten en pedagogisch medewerkers wisselen gemakkelijk kennis uit en je hebt niet meer al die busjes die heen en weer rijden – ook beter voor het milieu.’ Ook is Marjet voor bescherming van ouders tegen contract- beëindiging. Die zijn nu rechteloos. Een opzegtermijn geeft ouders tijd een alternatief te zoeken. Ook pleit ze voor aandacht in de opleiding voor passende opvang. Marjet geeft ouders tips. Lees hier het volledige gesprek met haar.
Lees hier een uitgebreid interview met Marjet Winsemius. Lees er ook een onderzoeksrapport over hoe inclusief de kinderopvang in het algemeen door ouders wordt beoordeeld.
Dit artikel verscheen eerder in Balans Magazine 3-2024. Wil je ook ons magazine ontvangen? Word dan nu lid. Bekijk hier de voordelen.
Charlene
Sylvana
Jirvan

