Jouw kind leert anders dan jij
TEKST MARJOLEIN VAN BODEGOM & FIENY PIJLS
Iedereen leert op een eigen manier en dat betekent dat jouw kind waarschijnlijk anders leert dan jij. Misschien leert jouw kind woordjes beter door ze te horen, hardop te zeggen of zelfs te zingen. Misschien heeft het juist beweging nodig. Of leert het beter met mensen om zich heen, in plaats van alleen achter een bureau. Maar hoe weet je op welke manieren jouw kind het makkelijkst leert? Hoe ontdek je dat?
Informatie moet eerst binnenkomen
Dat klinkt logisch: als informatie niet binnenkomt, kun je er ook niets mee doen. Toch wringt daar vaak de schoen, zeker bij neurodivergente leerlingen. In het onderwijs is veel aandacht voor wát er geleerd moet worden en voor hóé die kennis onthouden kan worden. Maar daartussenin zit een belangrijke stap: hoe zorg je ervoor dat de informatie bij de leerling binnenkomt?
De vier fasen van leren
Deze eerste stap wordt vaak overgeslagen; dat is niet zo vreemd, want bij veel leerlingen gaat dat vanzelf goed genoeg. Bij leerlingen met leeruitdagingen zien wij echter regelmatig dat het leren al hapert bij deze eerste stap. Daarom is het belangrijk om deze eerste stap inzichtelijk te maken. Een voorbeeld: een kind met een sterke beweegbehoefte kan na vijftien tot twintig minuten blokkeren. Het brein neemt dan nauwelijks nog stof op. Loopt het kind dan bijvoorbeeld even naar de prullenbak, dan kan dat helpen om weer verder te gaan. Als je dit weet, kun je samen met je kind zoeken naar haalbare manieren om daar iets aan te doen, zodat leren makkelijker gaat in de klas, thuis en zelfs bij toetsen. Op deze eerste stap gaan we in het boek Weet hoe je leert! uitgebreid in. Hoe komt de informatie bij jouw kind binnen? In veel gevallen gaat leren daar namelijk al ‘mis’.
Hoe leert jouw kind het makkelijkst?
Informatie op school komt vooral op drie manieren binnen: via lezen, luisteren en kijken. Op school gaat leren vooral via tekst: lezen, aantekeningen en samenvattingen maken. Maar niet ieder kind verwerkt informatie het beste via tekst. Iedere leerling heeft een eigen ‘profiel’ op deze drie sensorische voorkeuren. Zo neemt een kind dat graag leert door luisteren de leerstof die vertéld wordt makkelijker op dan leerstof die zelf gelezen moet worden. Dit betekent dat het kind op school goed mee kan komen zolang de uitleg mondeling aangeboden wordt. Naarmate steeds meer verwacht wordt dat het zelfstandig uit teksten leert, kunnen de resultaten
achteruitgaan. Niet omdat het kind minder slim is of minder zijn best doet, maar omdat het niet kan leren zoals school verwacht.
Structuur, beweging en samen leren
Naast deze drie sensorische leervoorkeuren zijn er de drie ondersteunende voorkeuren: structuur, beweging en samen leren. Deze drie ondersteunende voorkeuren bepalen mede of een kind informatie goed kan verwerken. Zo kunnen leerlingen die makkelijk van tekst leren, toch blokkeren wanneer zij te lang stil moeten zitten. We zien dit zelfs bij hoogbegaafde meisjes, die zich niet bewust zijn van hun behoefte aan beweging.
Sensorische en ondersteunende voorkeuren beïnvloeden elkaar dus. Daarom is het van belang het leerprofiel van het kind in zijn geheel te bekijken.
achteruitgaan. Niet omdat het kind minder slim is of minder zijn best doet, maar omdat het niet kan leren zoals school verwacht.
Meten hoe informatie binnenkomt
Met de MILS methode – Meer Inzicht in LeerStrategieën – meten we, op een praktische en eenvoudige manier, hoe informatie bij jouw kind binnenkomt. Dat hebben we al bij meer dan 16.000 mensen gemeten. Met dat inzicht kun je onderzoeken hoe de leeromgeving passend gemaakt kan worden en welke verantwoordelijkheid je kind zelf kan nemen. Biedt deze methode altijd een complete oplossing voor een neurodivergente leerling? Nee, maar het is meestal wel een belangrijk stuk van de puzzel. Zo geef je je kind meer zelfvertrouwen en meer grip op het eigen leren!
Marjolein van Bodegom & Fieny Pijls schreven samen met Jacqueline Wansink een boek: Weet hoe je leert! Daarin komt ook de MILS-methode aan bod.
Als lezen extra moeite kost
MILS-coaches zien vaak dat lezen een struikelblok is. Soms speelt visuele stress mee: letters lijken te bewegen, het kind krijgt hoofdpijn of lezen kost opvallend veel energie. Dat kan grote invloed hebben op leren. Eenvoudige hulpmiddelen, zoals een kleurenliniaal of een speciale bril, kunnen dan verschil maken. Coaches stellen in zo’n geval drie korte vragen, die jij als ouder ook kunt stellen.
Dit artikel verscheen eerder in Balans Magazine 2-2026. Wil je ook ons magazine ontvangen? Word dan nu lid. Bekijk hier de voordelen.

