Scroll Top

Ongewild lastig

Tekst Anton Horeweg

Stel je voor dat je kind behoefte heeft aan extra ondersteuning. Dan is het goed om te weten wat je kind dan precies nodig heeft, thuis én op school. Anton Horeweg (her)schreef het boek Ongewild lastig. In dit artikel zoomen we in op vijf wat minder bekende ontwikkelingsproblemen die beschreven worden in het boek.

 

TOS (taalontwikkelingsstoornis)

Een TOS is een neurocognitieve ontwikkelingsstoornis. Dit betekent dat taal in de hersenen minder goed wordt verwerkt. Een kind met TOS heeft bijvoorbeeld grote moeite met praten of het begrijpen van taal. De taal- en spraakontwikkeling verlopen hierdoor anders dan bij leeftijdsgenoten. De problemen komen niet door slechthorendheid en hebben ook niets met intelligentie te maken.

TIPS voor ouders

• Check steeds of je kind wel begrijpt wat je zegt.
• Praat rustig en kijk je kind aan tijdens het praten.
• Geef complimenten als hij iets zegt, ook als het niet helemaal goed gaat.
• Verbeter impliciet: herhaal de zin op de juiste manier, maar focus niet op de fout.
• Stel één vraag per keer.
• Misschien helpt tekenen om te verduidelijken waar hij over wil praten.

TIPS voor leerkrachten
• Verdiep je in TOS, zo kun je beter ondersteunen.
•Besef dat een schooldag zwaar is voor een kind met TOS.
•Geef één opdracht tegelijk.
•Gebruik hulpmiddelen zoals plaatjes en foto’s.
•Spreek wat langzamer, maar vereenvoudig je taal niet. Geef wel meer uitleg.

NLD (non-verbal learning disabilities)

NLD is een niet-verbale leerstoornis die in sommige opzichten lijkt op autisme. Kinderen met NLD hebben een goede woordenschat en een goed verbaal geheugen. Ze kunnen praten als de beste, maar krijgen hun gedachten lastig op papier. Ze hebben problemen met ruimtelijk inzicht en oorzaak-gevolgrelaties. Vaak wil daarom rekenen of begrijpend lezen niet vlotten. Ze verwerken informatie wat langzamer en zijn daarnaast vaak wat onhandig en houterig.

TIPS voor ouders
• Help je kind structureren met een planbord, agenda of dagritmekaarten.
• Help je kind waar nodig (knutselen, aankleden, met mes en vork eten) en oefen samen.
• Omdat veel niet lukt doet een kind met NLD veel negatieve ervaringen op, zoek bewust naar positieve momenten.
• Spreek regels en afspraken duidelijk af.
• Leer nieuwe dingen stap voor stap aan.
• Leg veel uit maar ga niet in discussie (dat kunnen deze kinderen goed).

TIPS voor leerkrachten
• Regel een prikkelarm plekje waar deze kinderen zich kunnen terugtrekken.
• Geef een opdracht in kleine stapjes.
• Spreek de dag door en geef het kind een duidelijk overzicht.
• Constructiespeelgoed wordt vaak vermeden, moedig aan en speel mee.
• Probeer handelingen, situaties en opdrachten altijd verbaal te ondersteunen.

McDD (multiple complex developmental disorder)

McDD staat in het Nederlands voor meervoudig complexe ontwikkelingsstoornis. Het houdt het midden tussen autisme en een angststoornis. Kinderen met McDD hebben kenmerken van beide. Voorop staan vooral problemen met het reguleren van emoties en gedachten. Een beetje woede wordt al gauw razernij. Ook prikkelverwerking is een probleem. Kinderen met McDD worden soms overspoeld door hun eigen fantasie en emoties en kunnen daar bang van worden.

TIPS voor ouders
• Bedenk dat boosheid het gedrag is, maar angst de achterliggende emotie.
• Als je kind angstig is, stel hem dan gerust en ontken de angst niet.
• Handel consequent en geef grenzen aan.
• Communiceer concreet en duidelijk.
• Zorg voor een rustige omgeving en een dagelijkse routine.
• Een time-outplek om tot rust te komen kan handig zijn.

TIPS voor leerkrachten
• Bereid deze kinderen goed voor op spannende dingen (schoolreis, vieringen, toetsen).
• Wees consequent in je handelen, zorg voor veiligheid en voorspelbaarheid in de klas.
• Ook emoties zijn (heftige) prikkels, houd daar rekening mee in je eigen gedrag.
• Gebruik geen figuurlijk taalgebruik en besef dat grapjes niet altijd worden begrepen.
• Stel rustig grenzen aan gedrag, blijf kalm tijdens een uitbarsting.
• Na een uitbarsting kan een kind zich schamen, hij heeft zijn gedrag namelijk niet in de hand.

Het syndroom van Gilles de la Tourette

Tourette is een erfelijk bepaalde neuropsychiatrische stoornis. Er is sprake van tourette als er ten minste twee motorische tics en één vocale tic zijn, die bovendien langer dan een jaar aanwezig zijn. Denk bij motorische tics aan knipperen, bijten, grimassen, zichzelf slaan, likken aan iets, tikken met de voeten, etc. Onder vocale tics vallen bijvoorbeeld piepen, grommen, keelschrapen, tongklakken en woorden en zinnen herhalen die het kind net gehoord heeft. Ongewild schuttingtaal gebruiken is misschien wel een van de bekendste symptomen, maar komt slechts zelden voor.

TIPS voor ouders

• Bedenk dat je kind de tics niet expres uitvoert.
• Is je kind zich bewust van zijn tics? Leg uit dat hij er niets aan kan doen en dat het weer overgaat.
• Stress en angst kunnen tics verergeren, probeer dat dus te vermijden.
• Laat je kind (alleen) tot rust komen na een schooldag, en laat hem lekker bewegen als hij een tijdje heeft moeten stilzitten.

TIPS voor leerkrachten
•Toon begrip voor de moeilijkheden, maar wijs ongepast gedrag af, zoals bij elk kind.
•Leg uit aan de klas wat tourette inhoudt, in overleg met het kind en de ouders.
•Geef het kind een plekje vlakbij de deur, zodat hij onopvallend wegkan om zich te ‘ontladen’.
•Schenk zo weinig mogelijk aandacht aan de tics.
•Wees alert op pestgedrag tegenover het kind, vooral in pauzes en vrije momenten.

ODD & CD (Oppositional Defiant & Conduct Disorder)

ODD en CD lijken op elkaar, maar er zijn ook belangrijke verschillen. CD is een normoverschrijdende gedragsstoornis, waarbij antisociaal gedrag met een duidelijke ‘geweldscomponent’ aanwezig is bij een kind. Te denken valt aan liegen, stelen, spullen vernielen en geweld gebruiken tegen mensen of dieren. Bij ODD zie je vooral opstandig gedrag: vaak boos worden, dwarsliggen, ruzie maken met volwassenen. Dit heeft ieder kind in sommige fases van het opgroeien, maar als het dagelijkse kost wordt, kan er sprake zijn van ODD.

TIPS voor ouders
• Stel reële, duidelijke grenzen en wees consequent, ook al gaat je kind steeds de strijd aan.
• Stop agressie altijd, ook verbale agressie, anders leert je kind dat agressie loont.
• Ga niet in discussie. Natuurlijk mag je kind wel zijn mening geven, maar op een rustige, respectvolle manier.
• Probeer de dag te ‘voorzien’ en zo probleemsituaties te voorkomen.
• Geef je kind een positieve en verantwoordelijke taak.
• Vermijd ‘preken’ met veel woorden, dat werkt vaak averechts.
• Humor kan positief werken.

 

TIPS voor leerkrachten
• Accepteer het kind, maar niet altijd het gedrag. Laat het kind weten dat hij ondanks zijn gedrag oké is.
• Deze kinderen maken veel negativiteit mee (die ze vaak zelf veroorzaken), probeer positieve ervaringen te creëren.
• Geef veel complimenten en gebruik eventueel een beloningssysteem.
• Haal het kind uit een mogelijke probleemsituatie.
• Evalueer samen met het kind de schooldag: wat kon beter? Maar vooral: wat ging goed?

Lees hier meer over Anton Horeweg, het boek Ongewild lastig en de andere boeken die hij schreef. Lees ook welke ondersteuning scholen kunnen geven,wat er valt onder basisondersteuning en onder extra ondersteuning, en hoe dit allemaal georganiseerd is.

Dit artikel verscheen eerder in Balans Magazine 4-2023. Wil je ook ons magazine ontvangen? Word dan nu lid. Bekijk hier de voordelen.

Privacy Preferences
When you visit our website, it may store information through your browser from specific services, usually in form of cookies. Here you can change your privacy preferences. Please note that blocking some types of cookies may impact your experience on our website and the services we offer.