De angst die ik jarenlang met me meedroeg en vaak verzweeg
Geschreven door: Mendy Waaijen
Gisteren werd ze 18…
Achttien jaar geleden werd Kyra geboren. Nooit had ik kunnen vermoeden dat we samen zo’n bijzondere, maar ook intensieve weg zouden afleggen.
Jaren geleden viel Kyra uit in het onderwijs toen ze 10 jaar was. Niet omdat ze niet wilde leren, maar omdat haar zenuwstelsel zich niet veilig voelde. Niet alleen op school, maar uiteindelijk ook steeds vaker in de wereld om haar heen.
Jarenlang was ik als alleenstaande moeder haar belangrijkste veilige haven. Degene bij wie ze zich gezien, gehoord en begrepen voelde. De persoon bij wie ze co-regulatie vond als angst en paniek de overhand namen. Dat betekende intensieve zorg, vrijwel dag en nacht.
De gedachte die me diep raakte
Toen ik gisteren even een moment voor mezelf had, kwam er ineens een gedachte bij me op die me diep raakte.
Ik hoef niet langer bang te zijn dat iemand besluit mijn dochter tegen onze wil uit huis te plaatsen.
Dat is een bizarre gedachte om op te schrijven. En toch was die angst jarenlang aanwezig. Een angst die maakte dat ons lichaam voortdurend gespannen was en ons zenuwstelsel nauwelijks tot rust kwam.
Die angst zorgde er ook voor dat ik nooit helemaal eerlijk vertelde hoe zwaar de zorg soms was.
Er waren momenten waarop ik volledig uitgeput was. Momenten waarop ik dacht: ik weet niet of ik dit nog langer volhoud. Momenten waarop de vermoeidheid ook invloed had op mijn eigen gedrag en welzijn en ik me zorgen maakte over wat dat met Kyra deed.
Maar ik durfde dat nauwelijks uit te spreken. Niet naar hulpverleners, maar ook niet naar de mensen om mij heen. Want iedere keer als ik voorzichtig aangaf hoe zwaar het was, leek het gesprek al snel te gaan over opname, externe behandeling of ergens anders wonen.
Terwijl alles in mij voelde dat Kyra juist veiligheid nodig had. Dat een opname of uithuisplaatsing haar zenuwstelsel waarschijnlijk alleen maar verder zou ontregelen.
Ik vroeg niet of iemand mijn zorg wilde overnemen
Ik vroeg of iemand mij wilde helpen om die zorg te kunnen blijven dragen. Om samen met mij die veilige haven te zijn.
Ik verlangde naar ondersteuning aan huis. Naar iemand die af en toe even mee kon dragen. Iemand die mij de ruimte gaf om zelf weer op adem te komen, zodat ik er daarna weer volledig voor Kyra kon zijn.
Soms was praktische hulp al voldoende geweest. Soms wat minder financiële zorgen. Soms gewoon iemand die er écht was voor mij.
Maar de hulp bleef vaak beperkt tot twee of drie uur per week begeleiding voor Kyra. En wanneer ik aangaf dat dit onvoldoende was, leek het gesprek opnieuw richting opname of uithuisplaatsing te gaan. Daardoor werd eerlijk zijn en hulp vragen steeds moeilijker.
Jarenlang in een spagaat
Blijf ik trouw aan mijn eigen gevoel? Of beweeg ik mee met het systeem, uit angst voor de gevolgen?
Soms koos ik ervoor om mee te bewegen, terwijl alles in mij zei dat het te snel ging of niet de juiste weg was. Wat overigens achteraf ook vaak kloppend bleek. Maar ik bewoog geregeld mee omdat ik bang was voor wat er zou gebeuren als ik dat niet deed.
En twee keer werd die angst ook bevestigd. Juist toen ik dichter bij mijn intuïtie bleef en een andere route koos dan ‘professionals’ voorstelden en mijn grenzen aangaf, volgde er een melding bij Veilig Thuis.
En je kunt je voorstellen dat gesprekken over uithuisplaatsing en meldingen bij Veilig Thuis geen positieve invloed hebben op een kind dat deze wereld al als onveilig ervaart.
Waarom ik het alsnog deel
Nu Kyra 18 is, voelt het alsof er een heel zware last van mijn schouders valt. Het voelt belangrijk dat ik mijn angsten en de gevolgen alsnog eerlijk deel.
Niet omdat ik boos terug wil kijken of met vingers wil wijzen. Want ik geloof oprecht dat de mensen handelden vanuit een positieve intentie. Maar omdat ik voel dat meer bewustzijn hierover verandering kan brengen.
De afgelopen jaren en vooral weken hoor ik steeds meer ervaringsverhalen van jongeren die tegen hun wil uit huis zijn geplaatst of opgenomen. Jongeren die daar jaren later nog altijd de gevolgen van ervaren. Dat raakt mij enorm.
En het roept bij mij een vraag op. Waarom investeren we niet veel meer en vaker in wat daartussen ligt? Tussen minimale ondersteuning thuis en intensieve zorg buiten huis. Wat heeft een gezin nodig om sámen verder te kunnen?
Ik ben ervan overtuigd dat het antwoord vaak veel eenvoudiger is dan we denken. Meer ondersteuning aan huis. Praktische hulp. Financiële rust. Tijd en échte aandacht. Iemand die zonder oordeel naast een gezin gaat staan en in het moment kijkt welke hulp waardevol is.
Niet om een ouder te vervangen, maar om een ouder te helpen de zorg te blijven dragen. Iemand die de ouder helpt om weer op adem te komen.
Want als we ouders helpen de zorg vol te houden, helpen we misschien wel een kind om veilig thuis te kunnen blijven.
Hoeveel pijn en leed zouden we kunnen voorkomen als we anders durven denken? Hoeveel maatschappelijke kosten zouden we uiteindelijk besparen als we al vroeg investeren in tijd, vertrouwen, liefde, aandacht en passende ondersteuning voor het héle gezin?
Hoe zou ons onderwijs eruitzien als ieder kind écht het uitgangspunt was? Over minder toetsen, veiligheid als basis en maatwerk als norm.
Het is Wereld Suïcide Preventie Week. Over jongeren met suïcidegedachten en de vraag wat de wereld die wij voor onze kinderen maken daarin betekent.
Rond de eerste schooldag staan tijdlijnen vol trotse foto’s. Over de kinderen voor wie naar school gaan juist niet vanzelfsprekend is.
Kyra werd 18. Over de angst die ik jarenlang met me meedroeg en vaak verzweeg, en over wat die angst met een gezin doet.
Als je kind thuis komt te zitten, verandert ook jouw leven. Over werk, vriendschappen en het isolement waarin ouders ongemerkt terechtkomen.
Kyra viel uit in het onderwijs toen ze tien was. Waarom ik ons verhaal blijf vertellen, ook als dat kwetsbaar is.


