Wat als suïcidepreventie begint bij de wereld die wij voor onze kinderen maken?
Geschreven door: Mendy Waaijen
Deze week is het Wereld Suïcide Preventie Week.
Een thema dat mij al langer, maar vooral de laatste maanden, erg raakt. Een thema dat steeds opnieuw op mijn pad komt.
De afgelopen maanden sprak ik toevallig meerdere mensen, vooral jongeren, die suïcidegedachten hebben of hebben gehad.
En het herinnert mij steeds opnieuw aan een gebeurtenis in mijn eigen leven, waardoor ik besloot anders te gaan leven en dingen in mijn leven te veranderen.
Vlak voor mijn 36ste verjaardag pleegde mijn nichtje suïcide.
De dag waarop mijn vader mij belde om het te vertellen, zal ik nooit vergeten.
Net als wat er met mij gebeurde toen tijdens haar crematie haar afscheidsbrief werd voorgelezen, waarin ze beschreef hoe ze zich voelde in deze wereld en waarom ze deze keuze had gemaakt.
Ik voelde enorm veel herkenning.
Omdat ik mij ook vaak zo voelde in deze wereld.
Ik schrok er zelfs van toen ik mij daarvan bewust werd.
Ik heb zelf nooit de stap gezet om mijn leven te beëindigen of werkelijk nagedacht over acties hierin. Ergens bleef altijd een gevoel dat ik hier nog iets te doen had. Dat er een reden was waarom ik moest blijven.
En inmiddels weet ik dat die reden voor mij voor een belangrijk deel bij onze kinderen en jongeren ligt.
Jongeren zoals mijn nichtje.
Jongeren zoals Kyra.
De jongere versie van mezelf.
En de vele andere kinderen en jongeren die het zo enorm zwaar hebben in deze wereld.
Ook Kyra heeft meerdere keren gezegd dat ze niet meer wilde leven. En er zijn periodes geweest waarin ik letterlijk het leven uit haar zag verdwijnen. De doffe en lege blik in haar ogen. De kleur die uit haar gezicht verdwenen leek.
Ik herinner mij vooral hoe ze erbij zat in de periode dat ze voor het eerst uitviel op school. Ze was toen net 10 jaar oud en gaf bij mij geregeld aan niet meer te willen leven.
We hadden achteraf gezien veel te lang geprobeerd haar binnen een systeem te houden dat niet bij haar paste.
Want ik had me toch ook aangepast?
Waarom kon zij dat dan niet?
Pas veel later begon ik mezelf een andere vraag te stellen:
Ten koste van wat had ík me eigenlijk altijd aangepast?
Het was onder andere het overlijden van mijn nichtje en het bewust worden van hoe ik mij werkelijk voelde in deze wereld, waardoor ik mij die vraag ging stellen.
Want ja, ik had het volgehouden. Ik ging naar school. Ik werkte. Ik deed mee aan sociale activiteiten. Ik functioneerde. Ik deed wat er van mij verwacht werd.
Maar ergens onderweg was ik een groot deel van mijn eigen levensvreugde kwijtgeraakt. Mijn systeem raakte uitgeput doordat ik voortdurend over mijn grenzen ging om deel te kunnen nemen aan deze maatschappij.
En eigenlijk is dat ook waarom ik tegenwoordig anders naar thuiszitters kijk en aandacht vraag voor systeemverandering in plaats van steeds onze kinderen te willen veranderen.
Een kind dat niet meer naar school kán, vertelt ons iets.
Net zoals een jongere die zegt niet meer te willen leven ons iets vertelt.
Niet hetzelfde verhaal. Niet dezelfde oorzaak. En thuiszitten leidt natuurlijk niet automatisch tot suïcidaliteit.
Maar in beide gevallen zijn we ontzettend snel geneigd om vooral naar het kind te kijken.
Wat is er met jou aan de hand? Hoe kunnen we jou verbeteren of veranderen?
Welke diagnose past hierbij? Welke behandeling is nodig? Welke therapie? Hoe krijgen we je weer naar school? Hoe zorgen we dat je weer kunt functioneren binnen dit systeem en deze maatschappij?
Terwijl ik steeds vaker denk:
Wat als het vastlopen van een kind niet alleen iets zegt over het kind, maar óók over de wereld waarin dat kind probeert mee te komen?
Want wat mij opvalt wanneer ik luister naar jongeren en volwassenen die suïcidale gedachten hebben of hebben gehad, is hoe vaak ik dezelfde dingen hoor.
Eenzaamheid.
Zich niet werkelijk gezien of gehoord voelen.
Overweldigd zijn door een te snelle en drukke wereld.
Het gevoel anders te zijn.
Het gevoel nergens echt bij te horen.
Prestatiedruk en verwachtingen.
Het gevoel anderen tot last te zijn.
Geen perspectief meer zien.
En vaak een diep verlangen naar iemand die werkelijk luistert en blijft. Naar echte aandacht en verbinding.
Niet iemand die je onmiddellijk probeert te repareren.
Maar iemand die naast je durft te blijven zitten wanneer het leven even te zwaar is om alleen te dragen.
En hier raakt het ook mijn eigen verhaal van de afgelopen jaren als moeder van Kyra.
Want ik heb me vaak afgevraagd of ik het misschien verkeerd heb gedaan.
Was ik te zorgend en te lief?
Te voorzichtig?
Te nabij?
Had ik haar meer moeten loslaten? Harder moeten stimuleren om door te zetten en zich aan te passen?
Dat is mij vaak genoeg verteld en zelfs geregeld verweten.
Toch vertelde mijn gevoel meestal iets anders. En ondanks mijn twijfels probeerde ik dat gevoel steeds opnieuw te volgen.
Maar de onzekerheid en de twijfels keerden geregeld hardnekkig terug.
Tot iemand onlangs iets tegen mij zei wat mij diep raakte:
“Maar jij weet helemaal niet hoe het nu met Kyra zou gaan als jij jouw gevoel níét had gevolgd.”
En dat weet ik inderdaad niet.
Misschien was het beter gegaan.
Maar misschien ook helemaal niet.
Misschien was ze nog verder van zichzelf verwijderd geraakt. Misschien had ze nu nog steeds niet willen leven. Misschien was het zelfs niet alleen bij gedachten gebleven.
We zullen het nooit weten.
Wat ik wél weet, is dat ik haar al die jaren zo goed mogelijk iets heb geprobeerd te geven waarvan ik inmiddels steeds meer begrijp hoe belangrijk het is:
Nabijheid, aandacht en verbinding.
Een plek waar ze niet eerst op een bepaalde manier hoefde te functioneren om welkom te zijn.
Ik heb daarin absoluut niet alles goed gedaan. Ik heb getwijfeld, gezocht en fouten gemaakt. En het heeft ontzettend veel van mij gevraagd. Zeker omdat ik me als moeder zelf vaak alleen en niet gesteund heb gevoeld. Ook van mij verwacht deze wereld van alles, terwijl ik soms zelf moeite heb om mij erin staande te houden.
Maar steeds opnieuw zei iets in mij:
Blijf bij haar. Wees aanwezig. Zie haar. Luister naar haar. En hoe moeilijk het soms ook is: blijf in verbinding.
En misschien moeten we juist dát veel groter maken dan alleen de relatie tussen één ouder en één kind.
Want therapie en professionele hulp kunnen ontzettend belangrijk en soms levensreddend zijn.
Maar menselijke nabijheid, aandacht en verbinding kunnen we niet alleen uitbesteden aan therapie.
Een kind heeft mensen nodig bij wie het zich gezien voelt.
Mensen die tijd hebben. Die werkelijk aanwezig zijn en luisteren, zonder oordeel. Die verdragen dat het even niet goed gaat en blijven wanneer het moeilijk wordt.
En dan komen we voor mij bij een veel grotere vraag:
Wat vraagt dat van óns als samenleving?
Wat vraagt het van onderwijs als we willen dat een leerkracht werkelijk tijd en ruimte heeft om een kind te zien?
Wat vraagt het van jeugdzorg als een hulpverlener niet alleen doelen moet afvinken, maar eerst ruimte nodig heeft om een echte relatie en vertrouwensband op te bouwen?
Wat vraagt het van werkgevers en overheid wanneer een ouder soms ontzettend hard nodig is om een kind overeind te houden?
En wat vraagt het van onze hele samenleving als zoveel kinderen uitvallen, zich eenzaam voelen, psychisch vastlopen of rondlopen met gedachten dat ze hier niet meer willen zijn?
Misschien moeten we stoppen met alleen vragen hoe we onze kinderen weerbaarder kunnen maken, zodat ze beter kunnen functioneren in de wereld die wij hebben gemaakt.
En óók durven vragen:
Wat moeten wíj aan die wereld én aan onszelf veranderen?
Voor mijn gevoel begint suïcidepreventie daarom veel eerder dan op het moment dat iemand zegt niet meer te willen leven.
Het begint bij ons als maatschappij.
Bij veiligheid, aandacht en verbinding.
Bij ervoor zorgen dat mensen zich welkom voelen.
Bij ruimte om anders te mogen zijn.
Misschien mogen we daarom andere vragen gaan stellen.
Niet alleen:
“Hoe krijgen we dit kind weer mee?”
Maar veel vaker:
“Wat heeft dit kind van óns nodig om zichzelf niet kwijt te raken?”
Want uiteindelijk zou suïcidepreventie wat mij betreft niet alleen moeten gaan over voorkomen dat onze kinderen uit het leven stappen.
Het zou ook moeten gaan over de wereld die wij samen creëren en wie wij voor onze kinderen zijn.
Ik wens onze kinderen een wereld toe waarin zij zich gezien, gehoord en verbonden voelen.
Een wereld waarin zij niet alleen kunnen blijven en overleven.
Maar vooral een wereld waarin zij graag wíllen blijven en levensvreugde mogen ervaren.
Hoe zou ons onderwijs eruitzien als ieder kind écht het uitgangspunt was? Over minder toetsen, veiligheid als basis en maatwerk als norm.
Het is Wereld Suïcide Preventie Week. Over jongeren met suïcidegedachten en de vraag wat de wereld die wij voor onze kinderen maken daarin betekent.
Rond de eerste schooldag staan tijdlijnen vol trotse foto’s. Over de kinderen voor wie naar school gaan juist niet vanzelfsprekend is.
Kyra werd 18. Over de angst die ik jarenlang met me meedroeg en vaak verzweeg, en over wat die angst met een gezin doet.
Als je kind thuis komt te zitten, verandert ook jouw leven. Over werk, vriendschappen en het isolement waarin ouders ongemerkt terechtkomen.
Kyra viel uit in het onderwijs toen ze tien was. Waarom ik ons verhaal blijf vertellen, ook als dat kwetsbaar is.


