Scroll Top

Noodoproep aan dovemansoren

Een email met de hoogst mogelijke urgentie. Dat was mijn enige optie, want telefonisch was de psychiater (en de rest van de zorgverlening) niet bereikbaar. Ze zegt dat ze wil springen. En wie weet meent ze het wel echt? Anne is steeds vaker op het dak te vinden. Stiekem klimt ze uit het raam. Voor de rust. Of voor het mooie uitzicht, zegt ze dan. En om niet gevonden te worden, denk ik dan.

Maar nu is er dus nog een reden bijgekomen om op het dak te klimmen. Een reden die mij zoveel angst inboezemt dat ik er niet over durf te praten, maar die mij wel kwelt iedere keer als ik door het raam naar buiten kijk. Hoorde ik net een doffe plof? Dat beeld van mijn ergste nachtmerrie stop ik diep weg, maar blijft zich steeds opdringen.

Hoe serieus moet je zo’n uitspraak nemen? Ik heb geen idee, maar weet wel dat als ik niets doe, en het zou gebeuren, ik niet met mezelf verder zou kunnen. Vandaar mijn noodoproep.

Dagen wacht ik met een knoop in mijn maag. Terwijl ik voor mijn gevoel echt een 1-1-2 waardig signaal heb afgegeven. Uiteindelijk krijg ik een uitnodiging voor een afspraak, weer dagen verder. De psychiater lijkt weinig onder de indruk. Klaarblijkelijk liggen zeggen en doen in zijn hoofd ver uiteen. Dit stelt mij enigszins gerust, maar niet veel. Daarna hebben we het er nooit meer over. Nooit meer komt de hulpverlening hier op terug bij mij, en voor zover ik weet ook niet bij Anne.

Ook hoe het met ons als ouders gaat, wordt volstrekt genegeerd. Terwijl ik blijf rondlopen met die angst. Als ik thuiskom, Anne roep en geen reactie krijg… vind ik haar dan ergens in huis, zoals geen moeder haar kind wil vinden? Ik durf dit met niemand te bespreken, en zeker niet met Anne. Ik zou willen vragen ‘Hoe gaat het nu met die vreemde gedachte? Overvalt hij je nog wel eens?” Maar het in woorden vatten maakt het echt, zo lijkt. En als zelfs een expert het onbenullig genoeg vindt om er nooit meer op terug te komen, stel ik me dan aan? Is de angst die in mijn borstkas kolkt overdreven?

Wat me ook bezig houdt: ik ken twee moeders die bereid waren hun dochters los te laten in hun wens te sterven. Bij één moeder is het tot euthanasie gekomen van haar puber dochter, de andere dochter bedacht zich (herstelde van een eetstoornis) en leeft nu samen met haar moeder in een relatief stabiele situatie. Ik vind dit onvoorstelbaar. En ik twijfel nog of ik het onvoorstelbaar knap vind, of gewoon onvoorstelbaar. Dat je als moeder in staat bent je eigen kind op te geven, de wens van je eigen kind respecterend. Ik kan me werkelijk niet voorstellen dat ik Anne los zou laten, ook al begrijp ik volledig dat mijn invloed op die keuze uiteindelijk beperkt is. Ik lees over haar strijd in haar gedichten en gezicht, maar ik kan me werkelijk niet voorstellen dat ik haar ooit de ruimte zou bieden om die sprong te maken.

Voorlopig blijf ik dus alert, met een constant gevoel van onrust in mijn lijf. En puzzel ik met de vraag: durf ik ook voor mezelf hulp te zoeken, zodat ik mijn angst in woorden kan vangen en zo wellicht verwerken? Zodat ik niet enkel in de hoogste nood een 1-1-2 signaal durf af te geven … pas als de dovemansoren wel moéten luisteren.

Column geschreven door Metta

Privacyvoorkeuren
Wanneer u onze website bezoekt, kan deze informatie opslaan via uw browser van specifieke services, meestal in de vorm van cookies. Hier kunt u uw privacyvoorkeuren wijzigen. Let op dat het blokkeren van sommige soorten cookies van invloed kan zijn op uw ervaring op onze website en de diensten die wij aanbieden.