Portret 04
Sophie en haar broer Tim
Vijftien jaar, slim en gevoelig — in een gezin waarin het onderwijssysteem twee heel verschillende kinderen op twee heel verschillende manieren liet vallen.
Een meisje dat denkt over de wereld
Sophie is veertien jaar. Volgens haar moeder Marieke is ze een slim en gevoelig meisje, met kenmerken van hoogbegaafdheid. Ze denkt veel na over wat er in de wereld gebeurt en is daar sterk gevoelig voor, maar is tegelijk gevoelig voor de prikkels en de sociale dynamiek in de klas. Sophie is een serieus meisje, loopt cognitief en (sociaal-) emotioneel voor op leeftijdsgenoten en ervaaart daardoor minder aansluiting met hen.
‘Zij voelt zich niet veilig op school,’ zegt Marieke. Die tegenstelling loopt door haar hele verhaal: het lukt Sophie niet om mee te draaien in het schoolsysteem, maar ze blijft wel leren. Ook terwijl ze thuiszit, maakt ze toetsen en doet ze haar schoolwerk. ‘Ze haalt alleen maar goede cijfers, bovengemiddeld nog steeds, zonder dus een les te volgen op school.’
Opleven, uitvallen, opnieuw proberen
Sophie’s schoolloopbaan laat een patroon zien van opleven, uitvallen en opnieuw proberen. In groep 8 bloeit ze dankzij een thuiszittersinitiatief weer wat op. Ze maakt haar Cito-eindtoets en stroomt door naar een reguliere middelbare school, in een Back-up-klas — voor leerlingen voor wie het niet lukt volledig mee te draaien in de lessen. Daar haalt ze goede cijfers en pakt ze het ritme snel weer op na korte uitval. Aan het eind van dat jaar volgt zelfs een havo/vwo-advies.
Toch is de basis kwetsbaar. Sophie leert snel, maar wordt niet voldoende uitgedaagd. Tegelijk trekt ze zich de sfeer in de klas sterk aan — gedrag van andere leerlingen, hoe ze met elkaar omgaan. Haar moeder vat dat samen als de druk om te voldoen aan ‘het perfecte plaatje’: je aanpassen, voorbeeldig zijn, leuk gevonden worden.
De coronaperiode speelt een sluipende rol. Tijdens de lockdown kan Sophie thuis schoolwerk doen, en merkt hoeveel fijner dat voor haar is dan de hele dag in de klas. Toen de scholen weer opengingen, bleek de stap terug veel groter dan verwacht. ‘Van de rust thuis terug naar een drukke klas, dat ging gewoon niet,’ zegt Marieke. Vanaf dat moment raakt school steeds sterker verbonden met angst en blokkade.
Een burn-out die niemand zag
Het echte breekpunt komt in havo 2, als Sophie opnieuw thuis komt te zitten — december 2024. Er volgen nog pogingen om terug te keren, de laatste in september 2025, maar telkens loopt het na korte tijd opnieuw stuk door overbelasting. Achteraf kijkt haar moeder er anders naar. ‘Sophie heeft, nu we erop terugkijken, een burn-out gehad die niet gezien en behandeld is.’ Doordat die burn-out te lang onopgemerkt bleef, gleed ze in een depressie. ‘Sophie heeft een schooltrauma, wat nooit geheeld en nooit goed behandeld is.’ Lange tijd werd op school vooral gestuurd op aanwezigheid: ze mocht geen achterstand oplopen. Pas op de middelbare school bleek het tegenovergestelde van wat was aangenomen — geen achterstand, maar een ontwikkelingsvoorsprong.
Wat er gebeurde toen het echt misging
In de periode dat Sophie uitvalt, is het gezin ontwricht. Ze krijgt paniekaanvallen, trilt fysiek, kan niet meer goed denken. ‘De angst nam haar volledig over,’ zegt Marieke. Sophie liep ook weg van huis: ‘We waren haar dan echt kwijt en dat was heel spannend.’ Kwam ze in de buurt van school, dan wilde ze alleen nog vluchten. Er ontstonden suïcidale gedachten — bij Sophie, en op een ander moment ook bij haar broer. ‘Je weet niet of je kind veilig is… dat is een immens naar gevoel,’ zegt Marieke, die intussen ook nog moest blijven werken. Ze spreekt over schuldgevoel: dat ze, na veel wikken en wegen, soms toch voor haar werk koos in plaats van thuis te blijven.
In december 2020 raakt Marieke zelf burn-out. ‘Ik had alles gegeven, in mijn werk en in de begeleiding van mijn twee kinderen die vastliepen op school.’ Ze herstelt te kort en te snel, en zegt nu dat ze daar nooit helemaal van is bijgekomen.
Wat het extra zwaar maakt, is het gevoel er alleen voor te staan. Lang dacht Marieke dat zij de enige was met een kind voor wie het onderwijs niet passend was — totdat ze het woord thuiszitter ontdekte, en hoorde dat er op de school van haar kinderen meer leerlingen waren vastgelopen. ‘Dat is ook niet eerlijk: thuiszitters betreft een steeds grotere groep kinderen, het is geen individueel probleem. Er moet echt naar het onderwijssysteem gekeken worden.’
Ook de manier waarop met vertrouwelijke informatie wordt omgegaan, raakt het gezin direct. Het verslag van Sophie — met daarin gevoelige details over haar overbelasting tijdens corona — belandde via school bij een middelbare school waar ze zich aanmeldde. Die school wees haar af: ze konden de zorg niet bieden die in het verslag stond. ‘Maar Sophie kreeg gewoon geen enkele kans,’ zegt Marieke.
Hetzelfde gezin, een ander kind: Tim
Tim is elf en heeft, in tegenstelling tot zijn zus, nooit echt thuisgezeten — maar het heeft maar weinig gescheeld. Hij bezocht eerst gespecialiseerd onderwijs (cluster 2) vanwege een taalontwikkelingsstoornis, en zat daar volgens zijn moeder ‘enorm op zijn plek’. Na anderhalf jaar moest hij daar weg, omdat zijn woordenschat en zijn Cito-score te goed waren voor de doelgroep.
Op de reguliere basisschool die daarna volgde, begrepen Tim en zijn leerkracht elkaar niet. ‘Zijn leerkracht was elke dag boos op Tim, maar ook boos op ons,’ zegt Marieke. Tim voelde zich voortdurend onbegrepen, wist niet wat hij verkeerd deed, en wilde alleen nog vluchten of weglopen. Op zijn zesde was hij zo wanhopig dat hij van een muurtje af wilde springen — ‘omdat hij het leven niet meer leuk vond.’ Een psychologisch onderzoek volgde, met als uitkomst autisme en adhd. Marieke twijfelt inmiddels aan die diagnose; ze ziet nu vooral kenmerken van hoogbegaafdheid.
Tim ging terug naar gespecialiseerd onderwijs, dit keer cluster 4, en kreeg Ritalin. Op een gegeven moment ging het mis: hij werd onhandelbaar, brutaal en agressief. ‘De pillen namen hem over,’ zegt Marieke. Toen de psychiater nog meer medicatie en antipsychotica wilde voorschrijven, besloot zij zelf te stoppen met alle medicatie. ‘Vanaf dat moment hadden we ons kind weer terug.’
Toch bleef school zwaar: drukke klassen, strenge leerkrachten, en voor Tim het gevoel dat school een gevangenis was — ‘geen zuurstof, geen ruimte om te ademen.’ Zijn ouders gingen op zoek naar een school waar hij zichzelf mocht zijn, maar liepen tegen iets fundamentelers aan: ‘Geen enkele school wil een kind van cluster 4 onderwijs overnemen met een diagnose autisme en adhd. Als een kind eenmaal in het hokje zit, komt het kind er eigenlijk niet meer uit.’
Inmiddels gaat het met Tim, in groep 7, goed: hij heeft een leerkracht die er vijf dagen per week is en bij wie hij zich op zijn gemak voelt. ‘Het gaat fantastisch, en het geeft ons even rust.’ Maar de overstap naar het voortgezet onderwijs ligt voor hem nog open, en zijn moeder vreest dat de zoektocht naar een passende plek opnieuw moeizaam zal zijn.
Hoe het nu gaat
Het gaat inmiddels beter met beide kinderen — zolang ze thuis zijn. Sophie doet schoolwerk, wandelt veel met haar moeder, en doet dingen waar ze goed in is zodat ze ook weer trots op zichzelf kan zijn. ‘Dan maar niet naar school,’ zegt Marieke. ‘Dan doen we het op een andere manier.’
Toch is de schade niet weg. Sophie durft nog niet alleen te fietsen of ergens naartoe te gaan; maakt ze een toets op school, dan wil ze dat haar ouders meegaan. ‘Er is nog steeds schade,’ zegt haar moeder. Sophie wil later bioloog worden en blijft dus graag leren — alleen past de route daarheen voorlopig niet in de vorm van onderwijs zoals ze die kent.
Voor Marieke is wel duidelijk waar het op neerkomt: ‘Als Sophie een fijne plek op school had gehad, dan was ze nooit bij de GGZ terecht gekomen, dan had ze nooit zorg nodig gehad. Nooit.’
Alle portretten
Deze verhalen laten zien waarom verandering nodig is
Ieder kind verdient onderwijs, ontwikkeling en participatie. Ondersteun de juridische procedure van Balans en teken de steunverklaring.

