Portret 06
Ana
Uitgevallen in het reguliere onderwijs, geslaagd via Staatsexamens en vastbesloten het onderwijs passender te maken.

Trouw aan zichzelf
Ana omschrijft zichzelf als trouw aan wie ze is en aan wat ze wil. Ze is gedisciplineerd en ambitieus: als ze ergens voor gaat, zet ze door. Tegelijk is ze perfectionistisch. Juist die combinatie hielp haar ver te komen, maar maakte het ook moeilijk om haar grenzen te bewaken in een onderwijssysteem waarin zij voortdurend druk voelde om mee te doen en te presteren.
Al jong kwam alles sterk bij Ana binnen. Haar moeder Evelien zag hoe gevoelig ze was voor geluiden, sfeer, verwachtingen en emoties van anderen. Na een schooldag had Ana rust en tijd nodig om alle indrukken te verwerken. Bewegen hielp haar: buiten spelen en voetballen gaven ruimte in haar hoofd en lichaam.
Toen Ana tien jaar was, bedacht ze al dat er een school zou moeten bestaan voor kinderen zoals zij: kinderen die gevoeliger zijn, sneller moe worden of overprikkeld raken. Een veilige omgeving waar zij in rust en zonder druk kunnen leren en zichzelf niet steeds hoeven te bewijzen. Dat was geen afwijzing van leren of van school. Integendeel: Ana vond school gezellig, wilde graag leren en voelde zich verbonden met haar klasgenoten. Maar ze merkte ook vroeg dat de manier waarop het onderwijs was georganiseerd haar steeds meer uitputte.
Letterlijk en figuurlijk weinig ruimte
Op de middelbare school werd die spanning groter. De volle klassen, lange dagen, drukke gangen, trappen en overvolle kantine lieten nauwelijks ruimte om tot rust te komen. Even naar buiten gaan kostte veel moeite en na de pauze moest ze zich weer tussen honderden leerlingen door naar de volgende les haasten. ‘Letterlijk en figuurlijk is er weinig ruimte,’ schreef Ana daarover. ‘Eigenlijk worden we met z’n allen in een soort hok geduwd waar we moeten doen wat er wordt gezegd.’
Ook tijdens de lessen voelde ze druk. Ze was bang onverwacht een beurt te krijgen en wilde het antwoord altijd goed hebben. Bij sommige docenten voelde ze geen ruimte om fouten te maken. Als ze door ziekte lessen had gemist en daar vragen over kreeg, raakte dat direct aan haar zelfbeeld. Ze wilde niet anders zijn of opvallen, maar juist net als de andere leerlingen alles kunnen doen. Daardoor werd het steeds meer alles of niets: honderd procent inzet en naar school gaan, gevolgd door ziekte en uitputting wanneer dat niet meer vol te houden was.
In groep 8 had Ana een vwo-advies gekregen, met daarbij de waarschuwing dat zij dat alleen zou kunnen halen als ze niet zo vaak ziek was. Daarmee kwam de verantwoordelijkheid al vroeg bij haar te liggen: cognitief kon ze het aan, maar haar lichaam moest zich wel voegen naar het ritme en de aanwezigheidseisen van school.
Corona maakte zichtbaar dat het ook anders kon
Ana begon op het vwo. Het eerste jaar ging nog redelijk, al voelde ook toen alles al als veel. In het tweede jaar kwam corona. Waar die periode voor veel leerlingen moeilijk was, ontdekte Ana juist iets belangrijks: thuis werken gaf rust. Ook onderwijs in halve klassen werkte goed. Er waren minder prikkels en er was meer persoonlijke aandacht.
Toen het onderwijs weer terugging naar de gebruikelijke volle klassen en roosters, verdween die ruimte. In het derde jaar liep Ana vast. Ze probeerde het jaar opnieuw op dezelfde school, maar ook dat lukte niet. Meerdere keren zat ze ongeveer een halfjaar thuis. Steeds probeerde ze terug te keren; steeds raakte ze opnieuw uitgeput.
Thuiszitten voelde niet als opluchting. Ana kende bijna niemand die hetzelfde meemaakte en schaamde zich ervoor dat zij niet naar school ging terwijl haar leeftijdgenoten dat wel deden. Bij het voetbal voelde het alsof ze een geheim met zich meedroeg. Wanneer anderen over school praatten, wist ze niet goed wat zij moest zeggen. ‘Ik dacht: ja, ik ga eigenlijk niet meer.’
Thuis vond ze begrip en acceptatie. Vanuit school voelde ze die steun veel minder. Docenten en mentoren hielden nauwelijks contact en begrepen volgens Ana niet waarom ze opeens niet meer kwam. De persoonlijke ondersteuning die haar had kunnen helpen ontbrak. Na telkens opnieuw proberen kwam uiteindelijk het besef: niet nóg een poging binnen dezelfde vorm, maar zoeken naar onderwijs dat anders was ingericht.
Een tussenstap terug naar leren
Ana kwam terecht in een tussenklas, waar ze in kleine stappen weer kon oefenen met naar school gaan. Daar ontdekte ze iets wat in de jaren daarvoor uit beeld was geraakt: ze kon juist heel goed zelfstandig leren. ‘Vanaf de tussenklas merkte ik: wow, ik kan eigenlijk best goed zelfstandig leren.’
Na dat jaar stroomde ze door naar een vso-school waar zij via staatsexamens haar havodiploma kon behalen. De overstap van vwo naar havo gaf haar ruimte om een haalbare route te kiezen. De school was kleiner, bood persoonlijke aandacht en keek welk rooster bij haar paste. Ana ging vier in plaats van vijf dagen naar school. Op haar vrije dag kon ze uitrusten of thuis verder werken. De lesstof stond goed klaar, zodat zij veel zelfstandig kon doen.
Het verschil zat niet in lagere verwachtingen, maar in flexibiliteit en vertrouwen. Als Ana aangaf dat iets niet werkte, werd er naar haar geluisterd en volgde er actie. ‘Ze keken echt naar wat voor mij zou werken.’ Daardoor werd onderwijs weer haalbaar.
Van ‘wat is er mis met mij?’ naar een havodiploma
In de reguliere school had Ana vaak gedacht: waarom lukt dit mij niet, wat is er mis met mij, waarom pas ik niet in dit systeem? In de nieuwe omgeving kantelde dat beeld. Iedere stap die lukte, gaf haar iets van haar zelfvertrouwen terug. Ze ontdekte niet alleen dat ze kon leren, maar ook onder welke voorwaarden dat voor haar werkte.
In twee jaar behaalde Ana via staatsexamens haar havodiploma. Dat diploma laat zien wat mogelijk wordt wanneer niet alleen van een leerling wordt gevraagd zich aan te passen, maar ook het onderwijs beweegt. Ana had niet minder ambitie of capaciteiten dan voorheen. Ze kreeg een kleinere setting, meer eigen regie, een passend rooster en ruimte om zelfstandig te werken.
Haar ervaring werd een onderzoek
Voor haar profielwerkstuk koos Ana niet toevallig voor het verbeteren van het voortgezet onderwijs. Ze wilde begrijpen waarom zij was vastgelopen en onderzoeken wat er anders kon — niet alleen voor haarzelf, maar ook voor andere jongeren. Haar hoofdvraag was eenvoudig en groot: wat kan er verbeterd worden aan het voortgezet onderwijs in Nederland?
Ana onderzocht onder meer klassengrootte, schoolroosters, buitenruimte, het docententekort en de vakken die leerlingen krijgen. Ze pleit voor kleinere klassen, zodat er meer persoonlijke aandacht ontstaat. Schooldagen zouden beter moeten aansluiten bij de biologische klok van jongeren en er moet meer ruimte zijn om te bewegen en buiten tot rust te komen. Ook mist ze aandacht voor persoonlijke en sociale ontwikkeling: leren begrijpen wie je bent, wat je nodig hebt en hoe je met anderen omgaat.
Voor Ana gaat onderwijs niet alleen over cijfers en cognitieve prestaties. Kinderen moeten ook leren dat hun waarde niet afhangt van wat zij presteren. ‘De nadruk leggen op wat je goed doet en niet op wat je fout doet,’ schreef ze. Een veilige groep, respect voor elkaar en ruimte om fouten te maken zijn volgens haar geen extra’s, maar voorwaarden om te kunnen leren.
Luister naar jongeren
Als Ana één boodschap heeft voor docenten, schoolleiders en beleidsmakers, is het dat zij niet alleen óver jongeren moeten beslissen. ‘Kijk vooral naar wat er niet goed gaat, en naar wat leerlingen zelf vinden dat er niet goed gaat.’ Jongeren weten vaak heel goed waar zij tegenaan lopen en wat hen zou helpen. Volgens Ana moet onderwijs daarom veel flexibeler worden: regels loslaten en persoonlijk kijken naar wat iemand nodig heeft, in plaats van ervan uitgaan dat één manier voor iedereen werkt.
Ana wil psychomotorische therapie gaan studeren, een combinatie van psychologie en beweging. Daarmee komen twee interesses samen die al lang door haar verhaal lopen: begrijpen wat mensen van binnen nodig hebben en ervaren hoe beweging kan helpen om weer ruimte te voelen. Ze hoopt mensen te helpen en tegelijk bij te dragen aan onderwijs dat beter bij leerlingen past.
Aan kinderen en jongeren die nu thuiszitten wil ze meegeven wat zij zelf gaandeweg heeft geleerd: ‘Je bent heel sterk. En je bent zeker niet zwakker dan de leerlingen die wél naar school gaan. Het is juist heel knap dat je doet wat voor jou goed voelt. Het is een moeilijke weg, maar uiteindelijk ga je ervan profiteren dat je hebt gekozen voor wat je zelf wilt. Je gaat er echt komen.’
Alle portretten
Deze verhalen laten zien waarom verandering nodig is
Ieder kind verdient onderwijs, ontwikkeling en participatie. Ondersteun de juridische procedure van Balans en teken de steunverklaring.

