Wij ondersteunen en versterken ouders van kinderen met problemen bij leren en/of gedrag in opvoeding, onderwijs en zorg

‘Haperende ondersteuning bij overstap naar werk’

Rubriek ‘ONDERZOCHT’

Dagelijks verschijnen onderzoeken met resultaten die je kunnen helpen de ondersteuningsbehoefte van je kind beter te begrijpen. René Lamers spit ze door en deelt opvallende resultaten. Deze keer: Begeleiding van studenten met een ondersteuningsbehoefte naar passend werk.

Behoeften niet centraal

Bij begeleiding naar werk van jongeren die op school ondersteuning hadden, staan hun behoeften niet centraal. Ze moeten veel moeite doen. Daardoor ervaren ze een grote overgang van school naar werk. Vooral van jongeren met hbo of universiteit, wordt ervan uitgegaan dat ze veel zelf uitzoeken, zij stuiten ook meer op onbegrip. Dit blijkt uit onderzoek van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN).

De onderzoekers – studenten van de HAN – wilden weten hoe de Participatiewet in praktijk voor deze jongeren uitwerkt. Sinds invoering van de wet moeten ook zij zoveel mogelijk zelfstandig zijn en werk zoeken. Zelfstandigheid is mooi, maar veroorzaakt stress als dat ook financieel is. Jongeren met een beperking hebben veel minder vaak werk dan andere jongeren.

Voor het onderzoek waren er in 2016 en 2017 gesprekken met 35 Nijmeegse jongeren. Die mochten het gesprek bepalen, en niet een vragenlijst die uitgaat van veronderstellingen van een onderzoeker. Omdat de ene jongere makkelijker babbelt dan de andere, waren er wel grote verschillen in de verslagen.

De reden van de ondersteuning kan een beperking zijn, een verslaving, armoede of de moeite om als vluchteling te aarden. Begeleiding kwam van een leerkracht of sociaal werker tot een orthopedagoog of jobcoach.

Onzeker

Voor jongeren met een praktische opleiding is ondersteuning vaak al gebruikelijk. Ondersteuners lijken zich ook daarop te richten, gaf een universitaire student aan. Ook de werkgever houdt vaak weinig rekening met de beperking van de jongere.

Vooral jongeren die pas tijdens de puberteit ondersteuning nodig hadden, zijn onzeker. Ze zijn geneigd de schijn op te houden wanneer ze voelen dat er geen echte interesse is. De ondersteuning zelf maakt jongeren onzeker: ‘Ik voelde me anders dan anderen’ en ‘Als ik m’n leven doorga met begeleiding, leer ik nooit echt volledig op eigen voeten te staan.’

Jongeren merken dat veel instanties betrokken zijn, hulpverleners niet altijd van elkaar weten en vaak van positie wisselen. Begeleiding sluit ook vaak niet aan op hun behoeften, begeleiders kwamen afspraken niet na en reageerden traag.

Deze jongeren hebben vaak al faalervaring, ‘dan moet je niet zomaar iemand ergens neerzetten en zeggen: ‘ga het maar proberen’,’ zei een jongere. Er wordt veel vóór de jongere gedacht. En als de hulp niet succesvol is, ervaart die het als zijn/haar schuld.

Een goede overdracht van school naar werkgever zou helpen.

Lees hier het hele onderzoek.

(Na een Engelstalige samenvatting, volgt vanaf pagina 7 de Nederlandse tekst.)

Zoek op deze website:

  • Categorie

  • Diagnose/Aanleg

  • Leeftijd

  • Regio

  • Documenttype

Deze website is gemaakt door Project Icarus!

Project Icarus is een uitdagende en leerzame plek voor jongvolwassenen met een beperking die zichzelf willen ontwikkelen op het gebied van computers en ICT.

Wil je ook je website laten maken door Project Icarus?